Aniéla Jansen over haar specialisatie binnen het Expertisecentrum Dwang

“Mensen met een dwangstoornis zoeken steeds naar zekerheid. Wij helpen ze juist leren omgaan met onzekerheid.”
Aniéla Jansen begon als trainee bij HSK en behandelt inmiddels vanuit het Expertisecentrum Dwang cliënten uit heel Noord-Nederland. Tijdens haar traineeship ontdekte ze haar interesse voor dwangproblematiek. Inmiddels heeft ze zich hierin gespecialiseerd en helpt ze cliënten met complexe dwangklachten.
Hoe ben je terechtgekomen bij het Expertisecentrum Dwang?
‘Eigenlijk niet via een vooraf uitgestippeld plan. Voordat ik bij HSK begon, werkte ik in de gehandicaptenzorg en later als ambulant begeleider in de ggz. Daar kwam ik al regelmatig cliënten tegen die rituelen gebruikten om met spanning of onzekerheid om te gaan.
Toen ik de overstap naar de ggz wilde maken, startte ik als trainee bij HSK. Tijdens dat traineeship behandelde ik een aantal cliënten met dwangklachten en merkte ik hoe interessant ik die problematiek vond. Mijn toenmalige collega zag dat ook. Zij zei letterlijk: 'Jij kunt dit.' Dat vertrouwen gaf voor mij de doorslag om me verder te specialiseren.’
Wat doet het Expertisecentrum Dwang precies?
‘Wij behandelen mensen met een obsessieve-compulsieve stoornis, ook wel OCS of een dwangstoornis genoemd. Vaak worden cliënten door een huisarts of bedrijfsarts naar ons verwezen. Regelmatig hebben zij al eerdere behandelingen gevolgd zonder het gewenste resultaat.
Binnen het expertisecentrum beschikken we over specifieke kennis, opleidingen en ervaring op het gebied van dwang. We zien veel verschillende vormen van deze problematiek, waardoor we de onderliggende mechanismen snel herkennen. Dat helpt ons om cliënten gerichter te behandelen.’
Wat maakt deze doelgroep voor jou zo interessant?
‘Het mechanisme achter dwang vind ik ontzettend interessant. Veel mensen kennen dwang in de vorm van meerdere keren controleren of de deur op slot zit, het gas uit staat of compulsief schoonmaken. Maar dwang is zoveel breder dan dat.
In de basis zie je steeds hetzelfde patroon: iemand ervaart angst, spanning of onrust en probeert dat gevoel te verminderen door iets te controleren, te vermijden of op een bepaalde manier te handelen. Dat geeft even rust, maar daardoor groeit de dwang uiteindelijk alleen maar verder.’
Hoe ziet een behandeling eruit?
‘Het eerste wat we doen, is goed in kaart brengen hoe de dwang eruitziet. Welke gedachten spelen er? Welke handelingen horen daarbij? Waar probeert iemand zichzelf eigenlijk tegen te beschermen?
Vervolgens leggen we uit hoe de vicieuze cirkel werkt. Iemand krijgt een angstige gedachte, ervaart spanning en doet de handeling om die spanning te verminderen. Op korte termijn werkt dat, maar de angst verdwijnt niet volledig. Daardoor wordt de angst op lange termijn juist sterker.’
Hoe help je cliënten die cirkel te doorbreken?
‘Dat doen we met cognitieve gedragstherapie en Exposure en Responspreventie, oftewel ERP. Dat is de behandeling waarvan we weten dat deze het meest effectief is bij dwang.
Cliënten oefenen stap voor stap met het toelaten van spanning zonder hun gebruikelijke dwanghandeling uit te voeren. Soms betekent dat bijvoorbeeld niet controleren. In andere gevallen gaat het om het verdragen van een angstige gedachte zonder die eindeloos te analyseren of geruststelling te zoeken.’
Dat vraagt waarschijnlijk veel van cliënten.
‘Absoluut. Je vraagt mensen eigenlijk om los te laten wat jarenlang hun manier is geweest om zich veilig te voelen. Daarom begeleiden we hen daar intensief in.
Het is mooi om te zien dat mensen nieuwe manieren leren om met spanning om te gaan. Ik combineer ERP regelmatig met lichaamsgerichte aandachtsoefeningen of oefeningen waarbij cliënten hun aandacht bewust op iets anders richten. Zo ervaren ze dat spanning niet alleen afneemt door een dwanghandeling uit te voeren. Dat inzicht geeft mensen vaak veel vertrouwen.’
Wat vind je het mooiste aan je werk?
‘Het mooiste vind ik dat ik mijn creativiteit kwijt kan in het bedenken van oefeningen, mensen kan motiveren om iets te doorbreken dat moeilijk voor ze is en dat ik steeds weer word uitgedaagd door de vaak interessante thema’s achter dwang. Denk bijvoorbeeld aan existentiële dwang, hit-and-run OCD, false memory OCD of dwang gericht op moraliteit en de angst om een slecht persoon te zijn.’
Daarnaast vind ik het mooi dat er veel perspectief zit in deze behandelingen. Wanneer mensen binnenkomen, heeft de dwang hen vaak volledig in de greep. Tijdens de behandeling krijgen ze langzaam maar zeker zelf weer grip op de dwang. Daarbij leren ze dat controle terugkrijgen soms juist zit in het loslaten.
Ik zeg altijd voor de grap dat ik mensen een houding van onverschilligheid probeer aan te leren. Tegeltjeswijsheden doen het ook goed, zoals: "We zien het wel", "Het komt zoals het komt" of "Dood gaan we toch wel." Dat blijft mooi om te zien: dat iemand steeds luchtiger en losser met zijn eigen gedachten leert omgaan.’
Wat maakt werken binnen het Expertisecentrum Dwang aantrekkelijk voor behandelaren?
‘Je verdiept je echt in één vakgebied. We volgen aanvullende scholing, hebben intervisie en overleggen veel met elkaar over casussen. Juist doordat iedereen binnen het expertisecentrum dezelfde interesse heeft, leer je voortdurend van elkaar.
Daarnaast geeft het veel voldoening om cliënten te helpen om weer meer ontspannen door het leven te kunnen gaan. Dat geeft de ruimte om je weer bezig te houden met dat wat iemand echt belangrijk vindt in het leven.’